Schilderijen die waarschuwen

Leeuwarder Courant 4 februari  -  door GITTE BRUGMAN Cultuur



Afgelopen jaar exposeerde Jentsje Popma twee keer in Galerie Buitengewoon in De Wilgen. Samen met geestverwanten: liefhebbers en leerlingen. De ene expositie had landschap als thema, de tweede het portret. Er volgde een overzichtstentoonstelling in Jorwert, en nu is zijn werk te zien in een groepsexpositie in Galerie Zofier in Workum.

Popma hoopt dat zijn werk verkoopt, want de opbrengsten zijn voor de Stichting Nijkleaster in Jorwert. Hij liet haar zijn atelier na, en zij mag de schilderijen die erin stonden te gelde maken om haar doel te verwezenlijken: een plek creëren waar mensen tot zichzelf kunnen komen. Een doel dat Popma na aan het hart ligt. Popma zal zelf op 5 maart acte de présence geven in Workum en vertellen over zijn drijfveren.

Teloorgang

Want de door velen als mooi beschreven schilderijen, zijn helemaal niet bedoeld om de schoonheid van het Friese landschap te tonen. Popma wil juist de teloorgang ervan aan de kaak te stellen. Hij wijst op een strak geschilderd slootje. ,,In rioel’’, zegt hij. ,,Ik haw der noch efkes yn rierd. Der siet totaal gjin libben yn!’’ De gele koolzaadvelden zijn al even recht. ,,Produksje, produksje. Alles draait om produksje’’, verzucht hij. In niets lijkt het landschap op dat waarin hij opgroeide.

Zijn Friese ouders ontmoetten elkaar bij de Fryske Krite in Rotterdam. De twee trouwden na de Eerste Wereldoorlog in 1918 en verhuisden naar Zwolle, waar heit Popma een baan kreeg in een weeshuis. Jentsje werd er geboren. ,,Letter wurde heit reizger, earst foar in bedriuw, mar dernei foar himsels.’’

De opgroeiende Jentsje kon goed tekenen. Dat zag ook een bezoekende Rotterdamse vriendin van zijn moeder. ,,Dy jonge moat nei de akademy’’, vond zij. Ze nam de tekeningen mee en liet die zien aan Herman Mees, directeur van de Kunstacademie Rotterdam. ,,Dy fûn se geweldich.’’ Popma kon wel in het tweede jaar instromen. Hij beschouwt dat nog steeds als ‘wûnderbaarlik’.

Geen geld

Hij kon bij de vriendin van zijn moeder inwonen, later bij een tante. ,,Mar ik hie gjin jild foar materiaal.’’ Mees zorgde ervoor dat hij in aanmerking kwam voor een koninklijke subsidie. Van de 8 gulden per week stond hij er 7 af aan zijn muoike.

Bij het bombardement van Rotterdam in 1945 ,,wie alles fuort, ek de akademy’’. Tegen betaling kon Popma tekeningen maken van kerken, voor de gemeente Rotterdam. Verder richtte hij zich op deelname aan de Prix de Rome, in de hoop dat hij hiermee financieel uit de brand was. ,,Dêrom haw ik my mear op Amsterdam rjochte.’’

Met zijn laatste 7 gulden betaalde hij een logement in de hoofdstad. ,,Ik waard oeral stutsen.’’ Eerst dacht hij dat muggen hem te grazen namen, maar het bed bleek vol beestjes te zitten. Verschonen hielp niet. ,,Ik koe der net oer!’’ Naar zijn geld kon hij fluiten, dus moest hij terug naar Friesland.

Zijn eerste opdracht was er een voor de Boerenleenbank in Menaldum. ,,Kinst ek in stientsje hakke?, fregen se.’’ Dat kon hij wel. Zo maakte hij zijn eerste landschappelijk tafereel. Van het een kwam het ander. Of hij ook een raam kon maken? ,,Sa gong dat nei de oarloch.’’

Eigen atelier

Hij vond een ruimte in kolenpakhuis de Weerklank, die hij deelde met David van Kampen. ,,Dêr wie ek plak om te eksposearjen.’’ In de winter kwamen er meer collega’s, met wie hij naar model tekende. Maar verder was hij vooral geconcentreerd bezig met toegepaste kunst, kunst in opdracht. Beelden van bijvoorbeeld Peter Stuyvesant en Anne Vondeling, ramen, graffito’s en plastieken voor scholen en instellingen.

Later vond hij een eigen atelier aan de Potmarge. Hier besloot hij in 1987 te stoppen met opdrachten en het schilderen op te pakken. Aanleiding was een vakantie in Trier. ,,It foel my op dat de bosken sok min blêd hienen.’’ Hij wilde met zijn landschappen waarschuwen voor de teloorgang van de natuur. Vlak na de dood van zijn oudste broer zat hij buiten te werken. ,,Doe haw ik in ‘ynblazing’ hân.’’ Het resulteerde in het ontroerende De wolk die boven de dijk verscheen. Hij schreef op: ,,Waar de dimensie van de materie eindigt, openbaart zich de eindeloze dimensie van de geest.’’ ,,Dat hat myn broer my ynjûn.’’

Na 2000 maakte hij ook een serie over dijken. ,,Hoewol dy dêr net skildereftich binne. Wy libje by de graasje fan de diken, mar...’’ Terwijl hij werkte aan die serie pleegde een vriend van hem zelfmoord. Dat greep hem enorm aan. ,,Dan hearst fan minsken dy’t foar in trein springe, of fan in dak. Dat is freeslik. Freeslik!’’ Hij probeerde het onderwerp te vangen in wat zijn laatste twee schilderijen zouden zijn. Een gat in de wolken biedt een opening: De vlucht naar het licht. Maar een ander wees hem erop dat iemand die zich van het leven berooft, juist geen licht meer ziet. ,,Dêrom is Nijkleaster sa belangryk’’, vindt hij.

Verkoop van zijn werk biedt de stichting startkapitaal. De boerderij die zij op het oog heeft, zal duurzaam worden verbouwd, evenals de grond eromheen. Zo ziet Popma het graag en hij citeert een gedicht van Tjits Peanstra: ,,Lit ús in hûs fan stilte bouwe / Mei muorren fan leafde en in dak fan frede.’’

Gepubliceerd: dinsdag 7 februari 2017

Overige nieuwsberichten